Duits: je eerste zinnen

150 woorden in vijftien lijsten van tien: kennismaken, de klasinstructies, schoolwoorden als das Gebäude en fertig, de voornaamwoorden, de vormen van sein en haben, van wie en waar, rangtelwoorden, hoeveel en hoe vaak, vraagwoorden en de landen en talen van Europa. De stof van de eerste maanden Duits.

Niveau A1Duits → Nederlands20 lijsten · 200 woordenOnderdeel van PlusEerste lijst gratis✓ Samengesteld door Woordenleren.nl
Voor wie

De onderbouw en iedereen die met Duits begint en verder wil dan losse woorden

Start gratis

Gratis account, geen betaalgegevens nodig — je oefent de eerste lijst meteen.

Ik heb al een account

Wat leer je in deze module

Duits lijkt op Nederlands, en juist daardoor gaan de kleine woorden zo vaak mis. Ich bin en du bist gaan nog wel, maar ihr seid en sie sind, mein en meine, neben en zwischen, seit en bis, woher en wohin: dat zijn de woorden die in de onderbouw het vaakst fout gaan. En dan zijn er de woorden die je op school elke dag hoort: hör zu, ergänze, fertig, die Übung, das Gebäude. Precies die woorden leert deze module je.

De module bestaat uit vijftien korte lijsten van tien woorden. Elke lijst is één klein onderwerp: de klasinstructies, de vormen van sein, de eerste tien rangtelwoorden, de landen dichtbij. Tien woorden is in een paar minuten af, en daarna staat de volgende lijst al klaar. Vijf etappes houden de volgorde vast: eerst kennismaken in de klas, dan ik ben en ik heb, dan van wie, waar en wanneer, dan eerste, tweede, hoeveel en hoe vaak, en tot slot de vraagwoorden en de kaart van Europa.

Je krijgt steeds het Duits te zien en typt het Nederlands. Zo herken je er hat en ihr habt meteen als je ze in een tekst of een luistertoets tegenkomt. Wil je het andersom oefenen, van Nederlands naar Duits, dan wissel je de richting in de app. De app herhaalt vanzelf wat je nog lastig vindt en zet een stempel op elke etappe die je afrondt.

Dit kun je straks

  • Je stelt je voor en verstaat de instructies en schoolwoorden van de leraar: hör zu, lies, ergänze, fertig, die Übung
  • Je kent de voornaamwoorden en alle vormen van sein en haben: ich bin, ihr seid, sie sind, wir haben, es gibt
  • Je zegt van wie iets is, waar het ligt en wanneer: mein Vater, unser Haus, neben, zwischen, seit, bis, während
  • Je kent de rangtelwoorden van erste tot zehnte en zegt hoeveel en hoe vaak: mehr, weniger, genug, einmal, zweimal
  • Je stelt vragen met wer, was, wo, woher en wohin en kent de Duitse namen van de landen en talen om je heen

Wat zit erin

Hallo, ich heiße: kennismakenGratisDuitsNederlands · 10 woorden
Hör zu, lies, schreib: in de klas🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Fertig, tauschen, obwohl: op school🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Ich, du, er: de voornaamwoorden🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Ich bin, du bist: sein🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Ich habe, du hast: haben🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Mein, dein, sein: van wie🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Waar? In, auf, unter, neben🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Wanneer? Nach, seit, bis, während🔒DuitsNederlands · 10 woorden
De eerste tien: rangtelwoorden🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Hoeveel? Mehr, weniger, genug🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Hoe vaak? Einmal, zweimal🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Vragen stellen: wer, was, wo🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Landen dichtbij🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Talen: Deutsch, Englisch🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Herhaling: kennismaken in de klas🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Herhaling: ik ben, ik heb🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Herhaling: van wie en waar🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Herhaling: eerste, tweede, hoeveel🔒DuitsNederlands · 10 woorden
Herhaling: vragen en de wereld🔒DuitsNederlands · 10 woorden

Proef alvast een paar woorden

Woord 1 van 5
ich heißeik heet

Zo werkt het

  1. 1Start gratisMaak een gratis account aan — zonder betaalgegevens.
  2. 2Oefen de eerste lijstDe eerste lijst van deze module is jouw gratis kennismaking, met slimme herhaling en directe feedback.
  3. 3Verder met PlusBevalt het? Met Plus oefen je de volledige module en alle andere modules, met leerplan en inzichten.

Meer over woordjes leren

Hoe pak je deze woorden het slimst aan? Op deze pagina's lees je hoe anderen het doen.

Veelgestelde vragen

Ik ken de getallen en de dagen al. Zit dat hier ook in?

Nee, bewust niet. De getallen, de dagen, de maanden en de kleuren staan in de module Duits A1. Deze module gaat over de woorden die je náást die woordenschat nodig hebt om mee te doen in de klas en een zin te maken. De twee modules vullen elkaar aan; je kunt met allebei beginnen.

Waar is het beleefde Sie gebleven?

Dat staat in zinnetjes: wie heißen Sie?, sind Sie?, haben Sie?. Los geschreven verschilt Sie alleen in de hoofdletter van sie, en dat kun je in een overhoring niet zien. In een zin zie je meteen dat het om u gaat.

Kan ik ook van Nederlands naar Duits oefenen?

Ja. Bij een toets moet je vaak juist het Duitse woord opschrijven, met hoofdletter en umlaut. In de app wissel je de richting met één tik, dan krijg je het Nederlands te zien en typ je het Duits.

Hoe word ik overhoord?

Je typt het antwoord zelf, precies zoals bij een toets. De app kijkt direct na, laat moeilijke woorden vaker terugkomen en houdt bij welke woorden je al beheerst.

Is dit gratis?

De eerste lijst van deze module oefen je gratis met een gratis account. De volledige module hoort bij Plus.

Probeer Duits: je eerste zinnen vandaag nog

Maak gratis een account en oefen de eerste lijst meteen — zonder betaalgegevens.

Start gratis