Italiaans: je eerste woorden

150 woorden in vijftien lijsten van tien: begroetingen, ik en jij, de familie, het station en het hotel, eten en bestellen, de getallen tot tien en de kleine woorden. Het Italiaans van de vakantie en van elke dag.

Niveau A1Italiaans → Nederlands20 lijsten · 200 woordenOnderdeel van PlusEerste lijst gratis✓ Samengesteld door Woordenleren.nl
Voor wie

Volwassenen die voor vakantie of plezier Italiaans beginnen, en iedereen die vanaf nul wil starten

Start gratis

Gratis account, geen betaalgegevens nodig — je oefent de eerste lijst meteen.

Ik heb al een account

Wat leer je in deze module

Je hoeft geen Italiaans te spreken om je in Italië te redden, maar met 150 goed gekozen woorden gaat het een stuk beter. Deze module leert je precies die woorden: buongiorno en grazie, io en lei, il bagno en la camera, mangiare en bere, quanto costa en il conto. Geen schoolwoordenschat, maar de woorden die je op het terras, aan de balie en op het station echt hoort en zegt.

De module bestaat uit vijftien korte lijsten van tien woorden, verdeeld over vijf etappes. Je begint beleefd: groeten, bedanken en jezelf voorstellen. Daarna vertel je over jezelf en je familie, dan ga je op reis naar het station en het hotel, vervolgens ga je uit eten en bestel je, en tot slot leer je tellen, de tijd vragen en de kleine woorden die elke zin aan elkaar plakken: anche, ancora, abbastanza. Zelfstandige naamwoorden staan met hun lidwoord (il treno, la casa, l'acqua) en werkwoorden in de infinitief (andare, venire), zodat je meteen de juiste vorm leert.

Je krijgt steeds het Italiaanse woord te zien en typt het Nederlands. Zo herken je een woord meteen als je het hoort of leest. Wil je het andersom oefenen, van Nederlands naar Italiaans, dan draai je de richting om in de app. De app herhaalt vanzelf wat je nog lastig vindt en elke etappe sluit af met een herhaalronde van tien woorden door elkaar.

Dit kun je straks

  • Je groet, bedankt en verontschuldigt je in het Italiaans: buongiorno, grazie, prego, scusi
  • Je stelt jezelf voor en vertelt over je familie: mi chiamo, la madre, il fratello, la sorella
  • Je vindt je weg op het station en in het hotel: la stazione, il treno, la camera, il bagno, a destra
  • Je bestelt eten en drinken en vraagt om de rekening: un caffè, l'acqua, vorrei, il conto
  • Je telt tot tien, vraagt hoeveel iets kost en hoe laat het is, en gebruikt anche, ancora en abbastanza

Wat zit erin

Ciao, buongiorno, grazieGratisItaliaansNederlands · 10 woorden
Ik, jij, u: ja en nee🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Hoe heet je? Waar kom je vandaan?🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Moeder, vader, broer, zus🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Vriend, jongen, meisje, meneer🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Zijn, hebben, wonen, werken🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Station, trein, auto, stad🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Kamer, badkamer, keuken🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Rechts, links, naar het strand🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Koffie, water, wijn, brood🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Eten, drinken, bestellen🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Lekker, warm, koud: aan tafel🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Eén tot tien🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Hoeveel kost het? Tijd en geld🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Ook, nog, genoeg: de kleine woorden🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Herhaling: beleefd beginnen🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Herhaling: jezelf en je familie🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Herhaling: onderweg en in het hotel🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Herhaling: eten en bestellen🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden
Herhaling: getallen, tijd en de kleine woorden🔒ItaliaansNederlands · 10 woorden

Proef alvast een paar woorden

Woord 1 van 5
ciaohoi / dag

Zo werkt het

  1. 1Start gratisMaak een gratis account aan — zonder betaalgegevens.
  2. 2Oefen de eerste lijstDe eerste lijst van deze module is jouw gratis kennismaking, met slimme herhaling en directe feedback.
  3. 3Verder met PlusBevalt het? Met Plus oefen je de volledige module en alle andere modules, met leerplan en inzichten.

Meer over woordjes leren

Hoe pak je deze woorden het slimst aan? Op deze pagina's lees je hoe anderen het doen.

Veelgestelde vragen

Waarom staan de lidwoorden erbij?

In het Italiaans hoort bij elk zelfstandig naamwoord een lidwoord dat het geslacht laat zien: il treno, la casa, l'acqua. Als je het woord meteen mét lidwoord leert, weet je later vanzelf of iets mannelijk of vrouwelijk is. Daarom staan ze hier in de vraag én in het Nederlandse antwoord.

Waar staan die accenten voor, zoals in caffè en città?

Het accent laat zien dat de klemtoon op de laatste lettergreep valt: caf-FÈ, cit-TÀ, per-CHÉ. In deze module staan de accenten precies waar ze horen, zodat je de woorden meteen goed leert schrijven. Bij het antwoorden in het Nederlands hoef je ze natuurlijk niet te typen.

Kan ik ook van Nederlands naar Italiaans oefenen?

Ja. Als je in Italië iets wilt zeggen, moet je juist het Italiaanse woord kunnen produceren. In de app wissel je de richting met één tik, dan krijg je het Nederlands te zien en typ je het Italiaans.

Hoe word ik overhoord?

Je typt het antwoord zelf, precies zoals bij een toets. De app kijkt direct na, laat moeilijke woorden vaker terugkomen en houdt bij welke woorden je al beheerst.

Is dit gratis?

De eerste lijst van deze module oefen je gratis met een gratis account. De volledige module hoort bij Plus.

Probeer Italiaans: je eerste woorden vandaag nog

Maak gratis een account en oefen de eerste lijst meteen — zonder betaalgegevens.

Start gratis