Latijn basiswoorden

De 160 kernwoorden van het Latijn in zestien lijsten van tien: de mensen en de goden, de werkwoorden, de kleine woorden en de wereld van oorlog en politiek, van pater en amare tot bellum, senatus en postquam.

Deel 1 van Latijn lerenLatijn → Nederlands21 lijsten · 210 woordenOnderdeel van PlusEerste lijst gratis✓ Samengesteld door Woordenleren.nl
Voor wie

Eerste en tweede klas gymnasium, of iedereen die met Latijn begint

Start gratis

Gratis account, geen betaalgegevens nodig — je oefent de eerste lijst meteen.

Ik heb al een account

Wat leer je in deze module

Wie Latijn leest, komt steeds dezelfde woorden tegen. Pater en mater, deus en rex, urbs en via: een verrassend klein groepje woorden draagt het grootste deel van elke klassieke tekst. Deze module bundelt die kern in zestien korte lijsten van tien woorden, te beginnen met de zelfstandige naamwoorden en werkwoorden waarmee vrijwel elke gymnasiummethode start.

Daarna komt de rest van de zin erbij. Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden als magnus, fortis en saepe, en de kleine woorden (et, sed, non, semper) die in bijna elke Latijnse zin opduiken. Juist die kleine woorden zijn goud waard: wie sed, quod en numquam blind kent, ziet meteen hoe een zin in elkaar zit. Verderop leer je de werkwoorden van doen en bewegen (ponere, petere, fugere, vincere), het decor van de verhalen (silva, mare, templum, forum), en tot slot het vocabulaire van oorlog en politiek (bellum, miles, consul, senatus) plus de woorden van tijd en volgorde (tum, deinde, postquam, tamen) waarmee verhalen aan elkaar hangen.

Je leert alle woorden in hun basisvorm: zelfstandige naamwoorden in de nominativus enkelvoud, werkwoorden in de infinitief, bijvoeglijke naamwoorden in de mannelijke nominativus enkelvoud. Naamvallen en vervoegingen leer je in de les, maar die rijtjes hebben pas zin als de stam erin zit. Wie amare en mittere blind kent, hoeft bij amat of misit alleen nog de uitgang te ontcijferen. Vijf etappes met elk een herhaalronde en een stempel houden je op koers.

Dit kun je straks

  • Je kent de infinitief van veertig kernwerkwoorden, van amare en esse tot fugere, vincere en posse
  • Je kent de belangrijkste zelfstandige naamwoorden in de nominativus enkelvoud, van pater en urbs tot mare, bellum en senatus
  • Je kent de bijvoeglijke naamwoorden, voegwoorden en tijdwoorden die Latijnse zinnen structuur geven, van magnus en fortis tot sed, tum en postquam
  • Je herkent deze stammen direct terug in vervoegde en verbogen vormen in teksten

Wat zit erin

Vader, moeder, zoon, dochterGratisLatijn → Nederlands · 10 woorden
Koning, god, volk, stad🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Liefhebben, geven, zien🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Sturen, lezen, schrijven🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Groot, klein, goed, slecht🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Blij, dapper, vaak, plotseling🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
En, maar, niet, als🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Wat, waarom, waar, altijd🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Plaatsen, rennen, vluchten🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Zitten, zoeken, vinden, winnen🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Bos, zee, hemel, rivier🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Vuur, boom, paard, tempel🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Oorlog, vrede, vijand, soldaat🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Overwinning, macht, senaat🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Toen, daarna, nadat, toch🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Want, dus, daar, vandaag🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Herhaling: de eerste woorden🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Herhaling: de rest van de zin🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Herhaling: doen en bewegen🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Herhaling: natuur en stad🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden
Herhaling: oorlog, macht en tijd🔒Latijn → Nederlands · 10 woorden

Proef alvast een paar woorden

Woord 1 van 5
paterde vader

Zo werkt het

  1. 1Start gratisMaak een gratis account aan — zonder betaalgegevens.
  2. 2Oefen de eerste lijstDe eerste lijst van deze module is jouw gratis kennismaking, met slimme herhaling en directe feedback.
  3. 3Verder met PlusBevalt het? Met Plus oefen je de volledige module en alle andere modules, met leerplan en inzichten.

Alle delen van Latijn leren

Meer over woordjes leren

Hoe pak je deze woorden het slimst aan? Op deze pagina's lees je hoe anderen het doen.

Veelgestelde vragen

›Moet ik ook de naamvallen en vervoegingen kennen?

Hier leer je de basisvorm: de nominativus enkelvoud bij zelfstandige naamwoorden en de infinitief bij werkwoorden. Dat is de vorm waarin woordenlijsten en woordenboeken Latijnse woorden aanbieden. De naamvals- en werkwoordsrijtjes leer je in de les, en met deze basiswoorden erin gaan die rijtjes een stuk makkelijker.

›Waarom zijn de lijsten zo kort?

Tien woorden per lijst is bewust: ongeveer de omvang van een paragraaf in je methode. Een korte lijst rond je in een paar minuten af, en dat is precies wat je nodig hebt om de volgende te openen. Aan het eind van elke etappe haalt de herhaalronde de woorden van meerdere lijsten door elkaar.

›Waarom zien woorden als flumen en mons er in teksten vaak anders uit?

Veel van die woorden horen bij de derde declinatie: de nominativus (flumen, mons) wijkt af van de stam die je in de andere naamvallen ziet (fluminis, montis). Je leert hier de nominativus, precies zoals je woordenlijst dat doet. De naamvalsvormen herken je vervolgens aan de stam plus de uitgangen uit de les.

›Hoe word ik overhoord?

Je typt het antwoord zelf, precies zoals bij een toets. De app kijkt direct na, laat moeilijke woorden vaker terugkomen en houdt bij welke woorden je al beheerst.

›Is dit gratis?

De eerste lijst van deze module oefen je gratis met een gratis account. De volledige module hoort bij Plus.

Probeer Latijn basiswoorden vandaag nog

Maak gratis een account en oefen de eerste lijst meteen — zonder betaalgegevens.

Start gratis