Onregelmatige werkwoorden Frans
De twaalf onmisbaarste Franse werkwoorden, van être, avoir, aller en faire tot pouvoir, vouloir, devoir en savoir, volledig vervoegd in de présent en de passé composé.
Brugklas tot en met bovenbouw, of iedereen die de Franse basis opnieuw wil leggen
Gratis account, geen betaalgegevens nodig — je oefent de eerste lijst meteen.
Ik heb al een accountWat leer je in deze module
Twaalf werkwoorden vormen samen het fundament van vrijwel elke Franse zin: être (zijn), avoir (hebben), aller (gaan) en faire (doen, maken), gevolgd door venir, voir, prendre, mettre en de hulptroepen pouvoir, vouloir, devoir en savoir. Ze zijn stuk voor stuk flink onregelmatig, je suis, tu es, il est lijkt in niets op être, en juist daarom moet je ze gewoon uit je hoofd kennen.
Je oefent per werkwoord alle zes de vormen van de présent, los van elkaar: de app vraagt bijvoorbeeld "zijn: nous …" en jij typt sommes. Zo train je precies de rijtjes die je op een toets moet kunnen opschrijven, maar dan met direct nakijken en slimme herhaling van de vormen die jij steeds door elkaar haalt. Let vooral op de meervoudsvormen (nous venons maar ils viennent, nous prenons maar ils prennent) en op tweelingen als je peux naast je veux: precies daar sluipen de meeste fouten in.
Ook het hele werkwoord en het voltooid deelwoord voor de passé composé zitten er per werkwoord bij. Vu, pris en mis lijken nergens op hun infinitief, aller en venir vormen de passé composé met être (je suis allé, je suis venu) en dû krijgt een accent circonflexe. Begin bij lijst 1 met être en avoir, die heb je bovendien nodig als hulpwerkwoord voor álle andere passé composés, en werk rustig door. Aan het eind beheers je de twaalf werkwoorden waar vrijwel elke Franse toets en tekst op leunt.
Dit kun je straks
- Je vervoegt de twaalf belangrijkste onregelmatige werkwoorden foutloos in alle zes de vormen van de présent
- Je kent van elk werkwoord het hele werkwoord en het voltooid deelwoord (été, eu, allé, fait, vu, pris, mis, pu, voulu, dû, su)
- Je haalt lookalikes als je peux/je veux en nous venons/ils viennent niet meer door elkaar
- Je weet bij welke werkwoorden de passé composé met être gaat (je suis allé, je suis venu)
Wat zit erin
Proef alvast een paar woorden
Je wist er 0 van de 5 — en er wachten nog 139 woorden. Met een gratis account oefen je verder met slimme herhaling en directe feedback.
Zo werkt het
- 1Start gratisMaak een gratis account aan — zonder betaalgegevens.
- 2Oefen de eerste lijstDe eerste lijst van deze module is jouw gratis kennismaking, met slimme herhaling en directe feedback.
- 3Verder met PlusBevalt het? Met Plus oefen je de volledige module en alle andere modules, met leerplan en inzichten.
Meer over woordjes leren
Hoe pak je deze woorden het slimst aan? Op deze pagina's lees je hoe anderen het doen.
Veelgestelde vragen
›Waarom is het antwoord bij 'je suis allé' zonder (e)?
Bij werkwoorden met être als hulpwerkwoord past het voltooid deelwoord zich aan (allé, allée, allés, allées). Om het antwoord exact typebaar te houden oefen je hier steeds de mannelijke basisvorm: allé.
›Wat is het verschil tussen savoir en pouvoir?
Allebei vertaal je soms met 'kunnen', maar savoir gaat over iets geleerd hebben (je sais nager: ik kan zwemmen omdat ik het geleerd heb) en pouvoir over mogelijkheid of toestemming (je peux venir: ik kan of mag komen). In deze lijsten oefen je savoir als 'weten' en pouvoir als 'kunnen'.
›Hoe word ik overhoord?
Je typt het antwoord zelf, precies zoals bij een toets. De app kijkt direct na, laat moeilijke werkwoorden vaker terugkomen en houdt bij welke vormen je al beheerst.
›Is dit gratis?
De eerste lijst oefen je gratis met een gratis account. De volledige leerlijn hoort bij Plus.
Probeer Onregelmatige werkwoorden Frans vandaag nog
Maak gratis een account en oefen de eerste lijst meteen — zonder betaalgegevens.
Start gratis