Spaans A1: de complete basis
600 essentiële Spaanse woorden in twintig lijsten van dertig: van jezelf voorstellen tot de vervoegde vormen die elke zin dragen, elk zelfstandig naamwoord mét el of la.
Keuzevak Spaans, brugklas en iedereen die zelfstandig met Spaans begint
Gratis account, geen betaalgegevens nodig — je oefent de eerste lijst meteen.
Ik heb al een accountWat leer je in deze module
Elke taal begint bij hetzelfde punt: hallo kunnen zeggen, jezelf voorstellen en vragen hoe het met iemand gaat. Daar begint deze module, met hola, gracias en ¿cómo te llamas?, en met de mensen om je heen. Daarna komt het gewone leven: wat je eet en drinkt, hoe je schooldag eruitziet, de stad in, en grip op dagen, tijd en getallen. In totaal twintig lijsten van dertig woorden, van kleuren en tegenstellingen tot beroepen, dieren, weer, sport en de kleine woorden die in elke Spaanse zin opduiken.
Bij elk zelfstandig naamwoord leer je meteen het lidwoord mee: el pan, la casa, los padres. Dat is in het Spaans geen bijzaak, want el of la bepaalt later ook je bijvoeglijke naamwoorden. En juist bij alledaagse woorden zitten de instinkers: het is el agua ook al is het woord vrouwelijk, en vis op je bord heet el pescado terwijl een vis in het water el pez is.
Lijst 7 doet iets wat je in een gewone woordenlijst niet vindt: de vervoegde vormen die elke zin dragen. Soy, tengo, hay, quiero, me gusta, tengo que. Met losse zelfstandige naamwoorden bouw je geen zin; met deze vormen maak je er vanaf dag één een. Daar zitten ook soy en estoy in, de twee Spaanse woorden voor "zijn" — het verschil daartussen leer je hier herkennen, en de uitleg staat hieronder.
Je ziet het Spaans en typt het Nederlands. De accenten en het omgekeerde vraagteken staan dus aan de vraagkant: je hoeft ze niet te typen, maar je leert ze wel lezen, want ze horen bij het woord. Rond je alle twintig lijsten af, dan ken je 600 Spaanse woorden. Daarmee heb je een fundament waarop elke schoolmethode, en elke vakantie in Spanje, verder bouwt.
Dit kun je straks
- Je kent 600 Spaanse basiswoorden, elk zelfstandig naamwoord mét el of la
- Je maakt Spaanse zinnen met de vervoegde kernvormen: soy, tengo, hay, quiero, me gusta
- Je herkent het verschil tussen ser en estar in de vormen die je het vaakst tegenkomt
- Je kent de kleine woorden die elke Spaanse tekst dragen: pero, también, todavía, siempre, nunca
Wat zit erin
Proef alvast een paar woorden
Je wist er 0 van de 5 — en er wachten nog 715 woorden. Met een gratis account oefen je verder met slimme herhaling en directe feedback.
Zo werkt het
- 1Start gratisMaak een gratis account aan — zonder betaalgegevens.
- 2Oefen de eerste lijstDe eerste lijst van deze module is jouw gratis kennismaking, met slimme herhaling en directe feedback.
- 3Verder met PlusBevalt het? Met Plus oefen je de volledige module en alle andere modules, met leerplan en inzichten.
Alle delen van Spaans leren
Meer over woordjes leren
Hoe pak je deze woorden het slimst aan? Op deze pagina's lees je hoe anderen het doen.
Veelgestelde vragen
›Waarom leer ik el of la er altijd bij?
Omdat je in het Spaans bij elk zelfstandig naamwoord moet weten of het el of la is: dat bepaalt later ook de bijvoeglijke naamwoorden en voornaamwoorden. Door het lidwoord vanaf het begin mee te leren, hoef je het nooit apart te stampen. In het antwoord staat daarom ook het Nederlandse lidwoord.
›Waarom is het el agua en niet la agua?
Agua is een vrouwelijk woord, maar Spaanse woorden die met een beklemtoonde a-klank beginnen krijgen in het enkelvoud el in plaats van la, anders botsen de twee a's op elkaar. In deze module leer je het meteen zoals Spanjaarden het zeggen.
›Wat is het verschil tussen ser en estar?
Allebei betekenen ze 'zijn'. Ser gebruik je voor wat iets of iemand ís — soy holandés, es mi hermano. Estar gebruik je voor waar iets is en hoe iets nú is — estoy aquí, está cansado. In het Nederlands is het allebei 'ik ben', dus we kunnen je er niet op overhoren; je leert de vormen herkennen in lijst 7 en 10, en de rest komt met lezen.
›Moet ik de accenten meetypen?
Nee. Je ziet het Spaans en typt het Nederlands, dus je typt miércoles nooit zelf. De accenten en het omgekeerde vraagteken staan er wel bij, omdat ze bij de spelling van het woord horen en je ze moet kunnen lezen.
›Twintig lijsten is veel. Waar begin ik?
Gewoon bij lijst 1. De module is een pad: elke lijst bouwt voort op de vorige en je ziet steeds welke stap aan de beurt is. Eén lijst van dertig woorden kost ongeveer een kwartier.
›Hoe word ik overhoord?
Je typt het antwoord zelf, precies zoals bij een toets. De app kijkt direct na, laat moeilijke woorden vaker terugkomen en houdt bij welke woorden je al beheerst.
›Is dit gratis?
De eerste lijst van deze module oefen je gratis met een gratis account. De volledige module hoort bij Plus.
Probeer Spaans A1: de complete basis vandaag nog
Maak gratis een account en oefen de eerste lijst meteen — zonder betaalgegevens.
Start gratis