Duits A2: dagelijks Duits
600 woorden en vaste combinaties voor alledaagse situaties, in twintig lijsten van dertig: van Hunger haben tot ich komme vorbei.
Wie de Duitse basiswoorden kent en verder wil: onderbouw voortgezet onderwijs en zelfstudie na A1
Gratis account, geen betaalgegevens nodig — je oefent de eerste lijst meteen.
Ik heb al een accountWat leer je in deze module
Op A1 heb je geleerd hoe dingen heten. Op A2 komt daar iets bij wat het Duits pas echt bruikbaar maakt: vaste combinaties. Je zegt niet "ich bin Hunger" maar ich habe Hunger, niet "ich bin kalt" maar mir ist kalt, en niet "du hast richtig" maar du hast Recht. Wie alleen losse woorden kent, bouwt zinnen die op papier kloppen maar meteen verraden dat je vertaalt.
Drie lijsten gaan daarover: de combinaties met haben en sein, die met machen en tun, en die met geben, nehmen en halten. Daar leer je ook de wendingen die in het Nederlands heel anders lopen — den Führerschein machen is je rijbewijs halen, Bescheid geben is laten weten, halten von is ergens iets van vinden.
Dan de twee lijsten die het hart van dit deel vormen: de scheidbare werkwoorden. Dat is de grootste struikelblok van het Duits op dit niveau, want zo'n werkwoord heeft twee gedaanten. In het woordenboek staat aufstehen, maar in een zin valt het uit elkaar: ich stehe auf. Lijst 6 leert je dertig van die werkwoorden in hun hele vorm — abholen, umsteigen, aufpassen, teilnehmen. Lijst 7 laat dertig andere zien zoals je ze in een echte zin tegenkomt: ich gebe auf, ich lade herunter, ich komme vorbei. Zo leer je allebei de gedaanten, zonder dat je hetzelfde werkwoord twee keer krijgt.
Daarna gaat het over je eigen leven: afspreken en plannen, gevoelens, je mening geven, mensen beschrijven. Vervolgens de praktijk — wonen, koken, geld, school en werk, de dokter, onderweg en internet — en tot slot de wendingen waarmee je een zin bouwt: man muss, es lohnt sich, es kommt darauf an. Je ziet het Duits en typt het Nederlands, en bij een combinatie typ je de hele Nederlandse tegenhanger: bij Angst haben dus bang zijn.
Dit kun je straks
- Je kent de vaste combinaties met haben, sein, machen, tun, geben, nehmen en halten
- Je herkent scheidbare werkwoorden in beide gedaanten: aufstehen in het woordenboek, ich stehe auf in de zin
- Je redt je in alledaagse situaties: afspreken, wonen, winkelen, naar de dokter
- Je bouwt zinnen met man muss, es lohnt sich en es kommt darauf an
Wat zit erin
Proef alvast een paar woorden
Je wist er 0 van de 5 — en er wachten nog 700 woorden. Met een gratis account oefen je verder met slimme herhaling en directe feedback.
Zo werkt het
- 1Start gratisMaak een gratis account aan — zonder betaalgegevens.
- 2Oefen de eerste lijstDe eerste lijst van deze module is jouw gratis kennismaking, met slimme herhaling en directe feedback.
- 3Verder met PlusBevalt het? Met Plus oefen je de volledige module en alle andere modules, met leerplan en inzichten.
Alle delen van Duits leren
Meer over woordjes leren
Hoe pak je deze woorden het slimst aan? Op deze pagina's lees je hoe anderen het doen.
Veelgestelde vragen
›Wat is het verschil met Duits A1?
A1 leert je hoe dingen heten: das Auto is de auto. A2 bouwt daarop voort met alledaagse woorden én met vaste combinaties, want in echt Duits staan woorden zelden alleen. Je leert dus niet alleen die Angst, maar Angst haben.
›Wat zijn scheidbare werkwoorden precies?
Werkwoorden waarvan het eerste stukje in een zin losraakt en helemaal achteraan belandt. Aufstehen wordt ich stehe auf, mitkommen wordt kommst du mit? Dat eerste stukje bepaalt de betekenis, dus zonder dat losse deel klopt je zin niet — en als je het aan het eind van een zin niet herkent, mis je precies waar het over ging.
›Waarom staan er twee lijsten met scheidbare werkwoorden?
Omdat je ze in twee gedaanten tegenkomt en een vraagkant er maar één kan tonen. Lijst 6 geeft je dertig werkwoorden zoals ze in het woordenboek staan, lijst 7 dertig andere zoals ze in een zin uit elkaar vallen. Ze delen bewust geen enkel werkwoord: zo leer je in de tweede lijst iets nieuws in plaats van hetzelfde nog eens.
›Moet ik Duits A1 eerst doen?
Dat hoeft niet, maar het helpt wel. In A2 komt geen enkel woord uit A1 terug, dus je begint hier met de laag erboven. Twijfel je? Bekijk lijst 1 van A1: ken je die woorden vlot, dan kun je meteen met A2 beginnen.
›Overlapt dit met Duits op reis?
Nauwelijks. Duits op reis is een korte module voor de vakantie zelf, met der Zug, das Hotel en die Rechnung. In A2 pakken we de laag daarboven: die Verspätung, umsteigen, ausgebucht en van tevoren buchen. Om die reden gaat de kooklijst hier over de keuken en niet over het restaurant — dat staat al in Duits op reis.
›Hoe word ik overhoord?
Je typt het antwoord zelf, precies zoals bij een toets. De app kijkt direct na, laat moeilijke woorden vaker terugkomen en houdt bij welke woorden je al beheerst.
›Is dit gratis?
De eerste lijst van deze module oefen je gratis met een gratis account. De volledige module hoort bij Plus.
Probeer Duits A2: dagelijks Duits vandaag nog
Maak gratis een account en oefen de eerste lijst meteen — zonder betaalgegevens.
Start gratis