Duits B2: woorden die samen horen

600 vaste verbindingen en abstracte woorden in twintig lijsten van dertig: je maakt geen Entscheidung, je triffst er een.

Deel 4 van Duits lerenNiveau B2Duits → Nederlands27 lijsten · 705 woordenOnderdeel van PlusEerste lijst gratis✓ Samengesteld door Woordenleren.nl
Voor wie

Wie vlot Duits leest en schrijft maar natuurlijker wil klinken: bovenbouw havo/vwo, examenkandidaten en zelfstudie na B1

Start gratis

Gratis account, geen betaalgegevens nodig — je oefent de eerste lijst meteen.

Ik heb al een account

Wat leer je in deze module

Een woord kennen is niet hetzelfde als weten hoe je het gebruikt. Je weet wat eine Entscheidung is, maar maak je die of tref je die? In het Duits tref je hem: eine Entscheidung treffen. Je stelt geen vraag maar werpt hem op: eine Frage aufwerfen. En je geeft geen hulp maar levert die: Hilfe leisten. Dit is de laag waarop je Duits natuurlijk gaat klinken in plaats van correct-maar-vreemd.

Vijf lijsten draaien om die vaste verbindingen, en dan gaat het om het zware register — de lichte combinaties met haben, machen en geben heb je in deel 2 al gehad. Hier leer je wat je met een vraag en een besluit doet, hoe je bewijs aandraagt, hoe je invloed en verband benoemt, en hoe je een besluit uitvoert en verantwoordt.

Twee lijsten gaan over het voorzetsel, en ze doen iets verschillends. Lijst 6 geeft je de werkwoorden met hun vaste voorzetsel, want dat voorzetsel is geen bijzaak maar de betekenis zelf: bestehen aus is bestaan uit, bestehen auf is aandringen op; leiden an is lijden aan, leiden unter is lijden onder. Lijst 7 pakt het echte Duitse probleem erbij: hetzelfde voorzetsel met een andere naamval betekent iets anders. In die Schule is naar school, in der Schule is op school. Het verschil zit alleen in dat ene lidwoord, en Nederlanders lezen er straal overheen.

Daarna acht lijsten over precisie en abstractie: der Rahmen, das Kriterium, die Tragweite, en het verschil tussen erhalten en bekommen. En tot slot vijf domeinen waar deze taal thuishoort: werk, wetenschap, economie, beleid en academisch schrijven. Je ziet het Duits en typt het Nederlands, en bij een verbinding typ je de hele Nederlandse tegenhanger.

Dit kun je straks

  • Je weet welk werkwoord bij welk zelfstandig naamwoord hoort: eine Entscheidung treffen, Widerstand leisten
  • Je kiest het juiste voorzetsel, want bestehen aus is niet bestehen auf
  • Je hoort het verschil tussen in die Schule en in der Schule
  • Je leest en schrijft een verslag of betoog zonder te struikelen over de vaste wendingen

Wat zit erin

Wat je met einer Frage en einer Entscheidung doetGratisDuitsNederlands · 30 woorden
Bewijs, onderzoek en aantonen🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Invloed, gevolg en verband🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Aandacht, belang en bewustzijn🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Beslissen, uitvoeren en verantwoorden🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Werkwoorden met hun vaste voorzetsel🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Hetzelfde voorzetsel, andere naamval🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Van werkwoord naar zelfstandig naamwoord🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Aannames en standpunten🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Mate, kans en voorbehoud🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Formeel versus alledaags🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Meten, beoordelen en vaststellen🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Nuance in beschrijving🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Debat en tegenspraak🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Abstracte begrippen🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Werk en organisatie🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Wetenschap en techniek🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Economie en markt🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Beleid, ethiek en bestuur🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Academisch schrijven🔒DuitsNederlands · 30 woorden
Herhaling: wat je met je woorden dóét🔒DuitsNederlands · 15 woorden
Herhaling: aandacht en besluiten🔒DuitsNederlands · 15 woorden
Herhaling: de voorzetsels🔒DuitsNederlands · 15 woorden
Herhaling: verslag-taal en standpunten🔒DuitsNederlands · 15 woorden
Herhaling: formeel, meten en nuance🔒DuitsNederlands · 15 woorden
Herhaling: debat, begrippen en organisatie🔒DuitsNederlands · 15 woorden
Herhaling: de domeinen🔒DuitsNederlands · 15 woorden

Proef alvast een paar woorden

Woord 1 van 5
eine Frage aufwerfeneen vraag opwerpen

Zo werkt het

  1. 1Start gratisMaak een gratis account aan — zonder betaalgegevens.
  2. 2Oefen de eerste lijstDe eerste lijst van deze module is jouw gratis kennismaking, met slimme herhaling en directe feedback.
  3. 3Verder met PlusBevalt het? Met Plus oefen je de volledige module en alle andere modules, met leerplan en inzichten.

Meer over woordjes leren

Hoe pak je deze woorden het slimst aan? Op deze pagina's lees je hoe anderen het doen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil met Duits B1?

B1 geeft je de losse precisiewoorden: der Beweis, die Folge, das Hindernis. B2 leert je wat je ermee doet. Je zegt in het Duits niet eine Entscheidung machen maar eine Entscheidung treffen, en niet Einfluss machen maar Einfluss ausüben.

Waarom twee lijsten over voorzetsels?

Omdat het twee verschillende problemen zijn. Bij lijst 6 hoort het voorzetsel vast bij het werkwoord en bepaalt het de betekenis: sich sorgen um is zich zorgen maken om, sorgen für is zorgen voor. Bij lijst 7 blijft het voorzetsel gelijk en verandert alleen de naamval, en dan verandert de betekenis toch: ins Bett is naar bed, im Bett is in bed.

Waarom staan er niet meer naamvalparen in lijst 7?

Omdat het Nederlands het verschil lang niet altijd maakt. Auf den Tisch en auf dem Tisch zijn allebei 'op tafel', en dan kunnen we niet nakijken of je het goed hebt. In de lijst staan daarom alleen de vijftien paren waar het Nederlands wél verschilt — naar school tegenover op school, de straat over tegenover boven de straat.

Moet ik B1 eerst doen?

Het helpt sterk, want B2 bouwt letterlijk op die woorden voort. Geen enkel woord uit deel 1, 2 of 3 komt hier terug — je leert hier alleen wat eromheen staat.

Hoe word ik overhoord?

Je typt het antwoord zelf, precies zoals bij een toets. De app kijkt direct na, laat moeilijke woorden vaker terugkomen en houdt bij welke woorden je al beheerst.

Is dit gratis?

De eerste lijst van deze module oefen je gratis met een gratis account. De volledige module hoort bij Plus.

Probeer Duits B2: woorden die samen horen vandaag nog

Maak gratis een account en oefen de eerste lijst meteen — zonder betaalgegevens.

Start gratis