Latijn: de verhalen lezen

150 woorden uit de leesteksten van de onderbouw in vijftien lijsten van tien: het huis en de familie, het lichaam en de gevoelens, leven en dood, de goden, en de voorzetsels met hun naamval, van villa en cena tot timere, iubere, ad en ex.

Deel 2 van Latijn lerenLatijn → Nederlands20 lijsten · 200 woordenOnderdeel van PlusEerste lijst gratis✓ Samengesteld door Woordenleren.nl
Voor wie

Tweede en derde klas gymnasium, en iedereen die deel 1 kent en de leesteksten in wil

Start gratis

Gratis account, geen betaalgegevens nodig — je oefent de eerste lijst meteen.

Ik heb al een account

Wat leer je in deze module

Na de basiswoorden komen de verhalen. De leesteksten in de onderbouw spelen zich af in de villa, aan tafel en in de stad: een slavin die de deur opent, een gastheer die wijn laat brengen, een jongeman die bang is en een vader die beveelt. Dat vraagt om een ander soort woorden dan deel 1: niet meer het skelet van de zin, maar het vlees eromheen. Deze module bundelt die woorden in vijftien lijsten van tien.

Je begint in huis (villa, ancilla, cena, vinum) en bij wat mensen daar doen (dormire, ludere, ridere, clamare). Daarna volgen het lichaam en de gevoelens (caput, manus, timere, ira, spes) en de werkwoorden van spreken en bevelen (iubere, rogare, respondere, scire). De derde etappe gaat over leven en dood en over de goden die daarover beslissen (vita, mors, necare, dea, ara, fatum). Dan de stad in, met de voorzetsels die zeggen waarheen en waarvandaan: ad, in, per en inter met de accusativus, ab, ex, cum en sine met de ablativus. De laatste etappe bundelt de kleine woorden die geen enkele leestekst mist: aut, ut, ne, quamquam, hic, ille, ipse, quando en quot.

Alle vragen zijn nieuw ten opzichte van deel 1, zodat de twee delen samen één woordenschat vormen van 310 woorden. De vorm is dezelfde: nominativus enkelvoud, infinitief, mannelijke nominativus bij bijvoeglijke naamwoorden, en geen macrons. Bij de voorzetsels leer je de betekenis; welke naamval erbij hoort staat in de naam van de lijst, zodat je hem er vanzelf bij onthoudt.

Dit kun je straks

  • Je kent de woorden van het Romeinse huis en de maaltijd, van villa en ancilla tot cena, vinum en poculum
  • Je kent de woorden voor het lichaam, gevoelens en spreken, van caput en manus tot timere, ira, iubere en respondere
  • Je kent de belangrijkste voorzetsels met de accusativus en met de ablativus, en weet welke naamval erbij hoort
  • Je kent de aanwijzende en betrekkelijke voornaamwoorden (hic, ille, is, ipse, qui) en de vraagwoorden quando, quomodo en quot

Wat zit erin

Het huis en wie er woontGratisLatijnNederlands · 10 woorden
Aan tafel🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Slapen, spelen, lachen🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Hoofd, oog, hand, voet🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Liefde, angst, woede🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Bevelen, vragen, antwoorden🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Jong en oud🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Leven, sterven, redden🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Goden, altaren en het lot🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Naar, door, tussen: voorzetsels met de accusativus🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Van, uit, met: voorzetsels met de ablativus🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Plaatsen in de stad🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Of, en, opdat, hoewel🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Deze, die, zelf, dezelfde🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Wanneer, hoe, hoeveel🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Herhaling: in de villa🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Herhaling: lichaam en gevoel🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Herhaling: leven en dood🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Herhaling: plaats en richting🔒LatijnNederlands · 10 woorden
Herhaling: de kleine woorden🔒LatijnNederlands · 10 woorden

Proef alvast een paar woorden

Woord 1 van 5
villahet landhuis

Zo werkt het

  1. 1Start gratisMaak een gratis account aan — zonder betaalgegevens.
  2. 2Oefen de eerste lijstDe eerste lijst van deze module is jouw gratis kennismaking, met slimme herhaling en directe feedback.
  3. 3Verder met PlusBevalt het? Met Plus oefen je de volledige module en alle andere modules, met leerplan en inzichten.

Alle delen van Latijn leren

Meer over woordjes leren

Hoe pak je deze woorden het slimst aan? Op deze pagina's lees je hoe anderen het doen.

Veelgestelde vragen

Moet ik deel 1 eerst af hebben?

Het helpt, want deel 1 bevat de werkwoorden en kleine woorden die in elke zin voorkomen. Maar de lijsten hier staan op zichzelf: wie in de tweede klas instapt en de basiswoorden uit de les al kent, kan meteen met de verhalen beginnen.

Waarom staat de naamval in de naam van de lijst en niet bij het woord?

Omdat de vraag een schoon woord moet blijven dat je precies zo in een tekst tegenkomt. De lijstnaam vertelt je dat ad, per en inter de accusativus nemen en ab, cum en sine de ablativus; door de lijst als geheel te oefenen onthoud je dat rijtje er vanzelf bij.

Moet ik ook de naamvallen en vervoegingen kennen?

Hier leer je de basisvorm: de nominativus enkelvoud bij zelfstandige naamwoorden en de infinitief bij werkwoorden. Dat is de vorm waarin woordenlijsten en woordenboeken Latijnse woorden aanbieden. De naamvals- en werkwoordsrijtjes leer je in de les, en met deze basiswoorden erin gaan die rijtjes een stuk makkelijker.

Waarom zijn de lijsten zo kort?

Tien woorden per lijst is bewust: ongeveer de omvang van een paragraaf in je methode. Een korte lijst rond je in een paar minuten af, en dat is precies wat je nodig hebt om de volgende te openen. Aan het eind van elke etappe haalt de herhaalronde de woorden van meerdere lijsten door elkaar.

Hoe word ik overhoord?

Je typt het antwoord zelf, precies zoals bij een toets. De app kijkt direct na, laat moeilijke woorden vaker terugkomen en houdt bij welke woorden je al beheerst.

Is dit gratis?

De eerste lijst van deze module oefen je gratis met een gratis account. De volledige module hoort bij Plus.

Probeer Latijn: de verhalen lezen vandaag nog

Maak gratis een account en oefen de eerste lijst meteen — zonder betaalgegevens.

Start gratis